© Easy Living                                                                                                Babushka Easy Living

De rasstandaard,

Raspunten van de Berner Sennenhond, zoals deze werden vastgesteld door de Schweizerischen Klub für Berner Sennenhunde en aanvaard door de Federation Cynologique Internationale (F.C.I.), het overkoepelende kynologische orgaan.

 

Algemeen voorkomen:

 

  • Meer dan middelgrote, krachtige, beweeglijke gebruikshond, harmonisch en fraai gelijkmatig gebouwd, met stevige, rechte ledematen.

 

Karakter:

  • Stabiel, niet erg scherp, onbevreesd, schotvast. Middelmatig van temperament.

 

Hoofd:

  • Krachtig, met vlakke schedel en weinig ontwikkelde voorhoofdsgroef, goed geprononceerde, niet te sterke stop. Krachtige rechte voorsnuit, oren middelgroot, hoog aangezet, driehoekig, in rust vlak aanliggend, ogen donkerbruin, amandelvormig, aansluitende oogleden, lippen niet overontwikkeld.

 

Gebit:

  • Volledig schaargebit.

 

Hals:                                                    

  • Krachtig, gespierd en middelmatig.

 

Lichaam:

  • Eerder gedrongen dan lang. Verhouding tussen schofthoogte en lichaamslengte ca. 9:10. Tot minstens op ellebooghoogte reikende borst met duidelijke voorborst, krachtige lendenen, ribbekast van rond-ovale doorsnee. Rug, vast en licht afgeronde, korte croupe.

 

Voorhand:

  • Schouderbladen lang, krachtig en schuingeplaatst, met de bovenarm een stompe hoek vormend, vlak aanliggend en goed gespierd. Stand van alle kanten bezien, recht. Polsen nauwelijks doorzakkend. Evenwijdige stand.

 

Achterhand:

  • Achterbenen breed, krachtig en goed bespierd. Dijbeen tamelijk lang en van opzij bezien schuin ten opzichte van het onderbeen staand. Spronggewricht goed gehoekt, breed en krachtig. Stand recht, noch naar binnen noch naar buiten uitdraaiend. Wolfsklauwen (Hubertusklauwen) moeten in de eerste levensdagen verwijderd worden.

 

Voeten:

  • Kort, rond en gesloten.

 

Staart:

  • Zwaar behaard, tot op het spronggewricht reikend, echter niet tot op de grond, licht zwevend gedragen.

 

Beweging:

  • Stuwend gangwerk vóór en een goede aansluiting van de achterbenen, ruime gelijkmatige bewegingsontwikkeling in alle gangen.

 

Vacht:

  • Lang, glad of licht gegolfd.

 

Kleur:

  • Diepzwarte grondkleur met donkere, bruin-rode brand aan de wangen, boven de ogen, aan alle vier de benen en aan de borst. Witte, lichte tot middelgrote symetrische aftekening aan het hoofd (bles) en witte borstaftekening (kruis). Zeer graag gezien, maar geen voorwaarde: witte voeten, ten hoogste tot aan de polsen reikend en witte staartpunt. Een kleine witte nekvlek en een witte achtervlek zijn ongewenst; worden echter wel getolereerd.

 

Grootte:

  • Reuen: 64 - 70 cm.  Ideale schofthoogte 66 - 68 cm.

  • Teven: 58 - 66 cm.  Ideale schofthoogte 60 - 63 cm.

naar boven